Live Blog

ePrivacy-verordening: wat u moet weten

Zowel het digitale landschap als de juridische kaders blijven zich ontwikkelen. Daardoor veranderen onze online interacties voortdurend. De Europese Unie (EU) neemt daarom maatregelen om ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens en communicatiegegevens van personen goed worden beschermd. Een belangrijk wetgevingsinstrument binnen dit kader is de ePrivacy-verordening (ePR), die bedoeld is als opvolger van de verouderde ePrivacyrichtlijn (ePD).

De invoering van de ePrivacy-verordening zal gevolgen hebben voor de manier waarop elektronische communicatie binnen de Europese Unie wordt gereguleerd en beschermd.

Nu organisaties en individuen met deze ontwikkelingen te maken krijgen, is het belangrijk om te begrijpen wat de ePrivacy-verordening regelt en hoe deze verschilt van de bestaande wetgeving.

Wat is de ePrivacyrichtlijn (ePD)?

De ePrivacyrichtlijn (2002/58/EG) werd in 2002 ingevoerd en in 2009 herzien. Het was een van de eerste Europese wetgevingsinstrumenten die specifiek gericht waren op de bescherming van privacy binnen elektronische communicatie.

De richtlijn richt zich voornamelijk op traditionele telecommunicatiediensten en bevat regels over onder meer de vertrouwelijkheid van communicatie, ongewenste elektronische communicatie en het gebruik van cookies op websites.

Sinds het begin van deze eeuw is het digitale landschap echter ingrijpend veranderd. Nieuwe technologieën en communicatiediensten, zoals over-the-topdiensten (OTT) als WhatsApp, videoconferentieplatforms en machine-to-machinecommunicatie (M2M), hebben de grenzen van traditionele telecommunicatiediensten doen vervagen.

De ePrivacyrichtlijn sluit daardoor niet meer volledig aan op de technologische ontwikkelingen en de complexiteit van moderne digitale diensten.

De ePrivacy-verordening werd voor het eerst voorgesteld in 2017. Het doel ervan is om de regels beter te laten aansluiten op de huidige technologie door de reikwijdte van privacybescherming uit te breiden naar nieuwe technologieën en diensten.

De ePR omvat onder meer OTT-diensten, IoT-apparaten en het gebruik van cookies en vergelijkbare technologieën. Deze toepassingen zijn inmiddels een integraal onderdeel van digitale communicatie.

Daarnaast is er een belangrijk juridisch verschil tussen een richtlijn en een verordening. De ePrivacyrichtlijn moest door iedere EU-lidstaat afzonderlijk worden omgezet in nationale wetgeving. Een Europese verordening is daarentegen rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten.

Hoe verschilt de ePR van de ePD?

1. Bredere reikwijdte

De ePrivacy-verordening richt zich niet alleen op traditionele aanbieders van telecommunicatiediensten, maar ook op OTT-diensten, zoals Skype en WhatsApp, IoT-apparaten en e-maildiensten.

Daarnaast voorziet de ePR in uitgebreidere bescherming van metadata die verband houden met elektronische communicatie.

2. Meer nadruk op toestemming

De ePR bevat uitgebreidere regels over het verkrijgen van toestemming van gebruikers, met name voor trackingtechnologieën zoals cookies.

Een van de doelstellingen is om zogenaamde cookie consent fatigue te verminderen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar mogelijkheden om voorkeuren en toestemming op browserniveau te beheren.

3. Rechtstreekse toepasselijkheid

In tegenstelling tot de ePrivacyrichtlijn, die door de afzonderlijke lidstaten in nationale wetgeving moest worden omgezet, zal een ePrivacy-verordening rechtstreeks van toepassing zijn in alle EU-lidstaten.

Dit moet zorgen voor meer harmonisatie van de regels binnen de Europese Unie.

4. Strengere handhaving

De beoogde handhavingsstructuur van de ePrivacy-verordening sluit in belangrijke mate aan bij die van de AVG.

Bij ernstige overtredingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de vertrouwelijkheid van communicatie of toestemming, kunnen aanzienlijke boetes worden opgelegd. Deze kunnen oplopen tot €20 miljoen of 4% van de wereldwijde jaarlijkse omzet van een onderneming, afhankelijk van welk bedrag hoger is.

De ePrivacy-verordening en de AVG

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vormt een breed juridisch kader voor de verwerking van persoonsgegevens. De ePrivacy-regels zijn specifieker en richten zich in het bijzonder op de privacy en vertrouwelijkheid van elektronische communicatie.

Daarmee kunnen de ePrivacy-regels worden gezien als lex specialis: specifieke wetgeving die voor een bepaald onderwerp voorrang kan hebben op meer algemene regels.

Waar de AVG bijvoorbeeld algemene regels bevat over het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens, bevat ePrivacy specifiekere regels over onderwerpen zoals:

  • de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie;
  • het gebruik van cookies en vergelijkbare technologieën;
  • direct marketing en ongewenste elektronische communicatie.

Wat betekent dit voor organisaties en individuen?

Voor organisaties kunnen de ePrivacy-regels strengere eisen met zich meebrengen voor onder meer het verwerken van communicatiemetadata, het gebruik van cookies en vergelijkbare trackingtechnologieën en het uitvoeren van directmarketingactiviteiten.

Het niet naleven van deze regels kan leiden tot aanzienlijke sancties.

Voor individuen betekent de ePrivacy-verordening in beginsel meer controle over hun digitale privacy. Een van de doelstellingen is bijvoorbeeld om de hoeveelheid terugkerende toestemmingsverzoeken voor cookies te verminderen en gebruikers meer effectieve controle te geven over hun privacyvoorkeuren.

Daarnaast is het uitgangspunt dat elektronische communicatie vertrouwelijk blijft, ongeacht of deze plaatsvindt via e-mail, instant messaging of verbonden IoT-apaten.

Conclusie

De ePrivacy-verordening is bedoeld om het Europese regelgevingskader voor elektronische communicatie te moderniseren en beter te laten aansluiten op nieuwe digitale technologieën en communicatiemiddelen.

In combinatie met de AVG moet ePrivacy bijdragen aan een uitgebreid juridisch kader voor de bescherming van de privacy en vertrouwelijkheid van elektronische communicatie binnen de Europese Unie.

Voor organisaties is het daarom belangrijk om ontwikkelingen op dit gebied te blijven volgen en tijdig te beoordelen welke gevolgen toekomstige wijzigingen kunnen hebben voor bijvoorbeeld cookies, trackingtechnologieën, elektronische marketing en communicatiediensten.

Wilt u meer weten over de ontwikkelingen rond ePrivacy? Bekijk dan onze gratis whitepaper voor verdere inzichten.